Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Trifolium Repens

Trifolium repens

__NOTOC__ De witte klaver (Trifolium repens) is een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Het is een bekende soort die voorkomt in graslanden, op gazons en in wegbermen. De lange stengels liggen op de grond en bewortelen op de knopen. Alleeen de toppen staan opgericht. De plant is niet behaard en kan tot 50 cm lang worden. De witte klaver wordt ook als voederplant gekweekt.

Bloem

De welriekende bloem is wit of soms roze bewaasd. Individuele bloemen zijn 8 tot 13 mm lang. De bloemen verwelken via roze tot bruin. De kelk is 10-nervig.

Bloeiwijze

De plant bloeit met witte bloemen in een hoofdjesachtige tros met een lange steel van mei/juni tot de herfst.

Blad

Het blad bestaat uit drie deelblaadjes, die rond tot eirond zijn. Soms komen er planten voor met vier deelblaadjes, het zogenaamde klavertje vier dat de vinder geluk zou brengen. Ze kunnen fijngetand of gaaf zijn. Elk deelblaadje is 1 tot 3 cm lang en is voorzien van een bleke vlek. De steunblaadjes zijn vliezig en lopen aan de top uit in een naaldje. blad

Vrucht

De witte klaver draagt een peultje dat verborgen zit in de dode bloem. categorie:Plant ja:シロツメクサ

Planten

De planten (Plantae) zijn een rijk in het domein der eukaryoten (Eukaryota). De wetenschappelijke discipline plantkunde houdt zich bezig met de studie van het plantenrijk. Planten treden vaak in karakteristieke groepen, de zogenaamde plantengemeenschappen op. De opbouw van een typische plant is meestal bovengronds een of meer stengels met bladeren (en met tot bloemen omgevormde bladeren) en ondergronds wortels. Hierop bestaan echter vele variaties. Zo leeft darmwier bijvoorbeeld totaal anders. Historisch gezien is de definitie van de planten aan verandering onderhevig geweest. Zo worden vandaag de dag de fotosynthese bedrijvende prokayoten zoals bijvoorbeeld de blauwalgen (cyanobacteriën) niet meer tot de planten gerekend. Dit geldt ook voor een hele reeks protistensoorten, bijvoorbeeld de roodalgen of de bruinalgen. Ook de schimmels werden oorspronkelijk tot de planten gerekend, alhoewel recentere onderzoeksresultaten hebben aangetoond dat ze meer aan de dieren verwant zijn. De schimmels worden nu in een eigen rijk ingedeeld: Fungi. Vandaag volgt men in de biologie bijna uitsluitend het fylogenetisch systeem dat de planten aan de hand van hun afstamming systematisch indeelt. Daarnaast gelden alleen de groenalgen (Chlorophyta) naast de landplanten (Embryophyta) als echte planten. Al deze organismen bevatten bladgroen a (chlorofyl a) en bladgroen b en slaan fotosynthetisch geproduceerde suikers in de vorm van zetmeel op in de bladgroenkorrels. De celwanden van deze organismen bestaan uit cellulose.

Taxonomie

In de taxonomie worden verschillende indelingen gebruikt, die regelmatig ook nog worden aangepast. Hier wordt een poging gedaan om het een en ander te verduidelijken. Inmiddels zijn er door de invloed van chloroplast-DNA-analyse ook weer nieuwere indelingen in de wereld in gebruik (zie hiervoor bijvoorbeeld de Engelstalige Wikipedia pagina dicotyledon). Cronquist publiceerde in 1981 een in brede kring erkende indeling, het Cronquist-systeem. In de negentiger jaren is door de Angiosperm Phylogeny Group een geheel nieuwe indeling gepubliceerd (zie ook het boek van W.S. Judd en anderen), gebaseerd op chloroplast-DNA. De nieuwste indeling is APG II (2003): dit wordt in de Nederlandstalige Wikipedia gebruikt.

Een lijst van verschillende taxonomische indelingen


- De indeling genoemd in de Heukels’ Flora 1996 gaat uit van Cronquist en gebruikt de naam Magnoliopsida voor Angiospermae of Anthophyta, terwijl de onderklassen vervangen zijn door superorden.
- Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden gaat uit van de bloemplanten (Anthophyta), en plaatst deze in de zaadplanten (Spermatophyta).
- APG II 2003 of APG II. De nieuwste indeling, die in 2003 gepubliceerd is en grotendeels gebaseerd op chloroplast-DNA : "An update of the Angiosperm Phylogeny Group classification for the orders and families of flowering plants: APG II." Botanical Journal of the Linnean Society, 141, 399-436. [http://www.blackwell-synergy.com/links/doi/10.1046/j.1095-8339.2003.t01-1-00158.x/full/ Available online]. Waarschijnlijk nu de geautoriseerde bron voor de indeling van bloemplanten vanaf het niveau van familie en hoger. De nomenclatuur van de hogere taxa kan licht tot verwarring leiden. De schade zal meevallen wanneer er beschrijvende namen gebruikt worden (zie Art 16 van de ICBN) zoals Spermatophyta (zaadplanten) en Angiospermae of Anthophyta (bedektzadigen oftewel bloemplanten), alsook Monocotyledones en Dicotyledones. Het is echter in de mode geraakt om een naam te gebruiken gebaseerd op een genusnaam, zoals Magnoliopsida, Magnoliidae. Het enige onderlinge verschil tussen deze namen is de uitgang (welke de rang aangeeft), en rang verandert met elke publicatie van wéér een systeem. Volgens Heukels zijn Magnoliopsida de bloemplanten (of bedektzadigen), volgens de flora van België zijn het echter de tweezaadlobbigen: dat is geen inhoudelijk verschil van inzicht maar alleen een (gering) verschil van opschrijven. Dergelijke namen zeggen dus alleen iets binnen een vooraf gedefinieerd (maar vluchtig) kader.

Indelingen

Compact

Een minder uitgebreide indeling is de onderstaande:
- Bryophyta (mossen)
- Tracheophyta (vaatplanten = alle planten behalve mossen)
  - Filicineae (varens, sporeplanten)
  - Spermatophyta (zaadplanten)
    - Gymnospermae (uitwendig zaaddragende planten)
    - Angiospermae of Anthophyta (inwendig zaaddragende planten oftewel bloemplanten)

Uitgebreid

Een uitgebreide indeling is:
- Afdeling: Mossen (Bryophyta)
  - Onderafdeling: Levermossen (Hepaticae), bijv. Riccia (Watervorkje).
  - Onderafdeling: Bladmossen (Musci), bijv. Sphagnum (Veenmos), Mnium (Sterremos).
- Afdeling: Varenachtigen (Pteridophyta)
  - Onderafdeling: Wolfsklauwen (Lycopodiinae), bijv. Zwitsers mosvaren, Sigiullaria (schub- of zegelboom) †
  - Onderafdeling: Paardenstaarten (Equisetinae), bijv. Calamites †, maar ook de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae)
  - Onderafdeling: Varens (Filicinae), bijv. Osmunda, Dryopteris (mannetjesvaren). Deze onderafdeling bevat o.a.:
    - Aspidum-achtigen (Aspidiaceae)
    - Streepvaren-achtigen (Asplenium), bijv. nestvaren
    - Davallia-achtigen (Davalliaceae)
    - Dubbeltjesvaren-achtigen (Sinopteridaceae), bijv. Pellaea
    - Pteris-achtigen (Pteridaceae)
    - Eikvaren-achtigen (Polypodiaceae), bijv. hertshoornvaren, Plebodium.
- Afdeling: Zaadplanten (Spermatophyta)
  - Onderafdeling: Naaktzadigen (Gymnospermae)
    - Klasse: Zaadvarens (Pteridospermae) †
    - Klasse: Varenpalmen (Cycadophyta)
    - Klasse: Benettiten (Bennettitae) †
    - Klasse: Naaldbomen (Conifera)
  - Onderafdeling: Bedektzadigen (Magnoliophyta oftewel Angiospermae)
    - Klasse: Tweezaadlobbigen (Magnoliopsidae oftewel Dicotyledones)
      - Onderklasse: Planten met losse bloembladeren (Choripetalae).
      - Onderklasse: Planten met vergroeide bloembladeren (Sympetalae)
    - Klasse: Eenzaadlobbigen (Liliopsida oftewel Monocotyledones)

Overzicht indelingen van de levende wezens

Externe links


- [http://www.itis.usda.gov/ Taxonomisch informatiesysteem]
- [http://www.kulak.ac.be/nl/KULAKAlgemeen/Natuur/ Planten in België] Plantae ja:植物 ko:식물 ms:Tumbuhan simple:Plant th:พืช zh-min-nan:Si̍t-bu̍t

Vlinderbloemenfamilie

Algemeen

De vlinderbloemenfamilie (Fabaceae oftewel Leguminosae) is een groep van planten in de orde Fabales, en een van de grootste families van bloeiende planten met 650 geslachten en meer dan 18.000 soorten. Ze komen bijna over de hele wereld voor. Deze planten worden gewoonlijk Leguminosae genoemd en zijn zeer belangrijk voor onze eiwitvoorziening, omdat ze een hoog eiwitgehalte hebben. Deze familie bevat vele van onze meest waardevolle voedselsoorten zoals bonen, erwten, tuinbonen, pinda's, en sojabonen.

Wetenschappelijke naamgeving

De wetenschappelijke naam is omgeven door misvattingen. De vanouds geaccepteerde naam is Leguminosae (de peulachtigen) met als recent alternatief Fabaceae. Sommigen doen het ten onrechte voorkomen alsof de naam Leguminosae verouderd zou zijn. Dat is niet het geval. De International Code of Botanical Nomenclature (ICBN) erkent in Art 18.5 dat Leguminosae de correcte naam is. In de praktijk is dit ook de meest gebruikte naam voor deze groep. Inderdaad, van de ICBN mag Fabaceae ook. Deze familie van de Leguminosae wordt veelal ingedeeld in drie onderfamiles (Caesalpinioideae, Mimosoideae en Papilionoideae) die, van tijd tot tijd, ook wel beschouwd worden als families (Caesalpiniaceae, Mimosaceae en Papilionaceae). Nu wil het geval dat het verhaal zich hier herhaalt. De Papilionaceae en Papilionoideae mogen ook Fabaceae en Faboideae genoemd worden. Dit leidt ertoe dat Fabaceae gebruikt mag worden voor twee groepen van geheel verschillende grootte. Als deze naam in een boek voorkomt is het altijd nodig op te zoeken welke van beide betekenissen bedoeld wordt. De naam Leguminosae is altijd eenduidig en heeft betrekking op het grote geheel.

Bloembouw

De bloemkroon bestaat uit 5 blaadjes, die soms ten dele met elkaar vergroeid zijn. Er zijn vaak vijf of tien meeldraden aanwezig, en één stamper.

Vrucht

De vruchten heten peulen en komen in allerlei vormen voor. De gewone vorm zoals bij de erwt en boon. Lidpeulen of gekromde, gedraaide en gewonden peulen met haken aan de peultjes. Lidpeulen zijn in hokjes verdeelde peulen.

Blad

Het blad is meestal samengesteld, en vaak zijn er steunblaadjes aanwezig. De bladeren kunnen veelal s'nachts de zogenaamde slaaphouding aannemen.

Bestuiving

Voor de Papilionoideae geldt dat als de bloem geen nectar geeft dat de tien meeldraden samen een kokertje vormen. De meeldraden heten dan éénbroederig. Is er wel nectar aanwezig dan geeft een losse meeldraad toegang tot de plaats met nectar of zorgt ervoor dat de nectar zich onderin de bloem verzamelt. De vlag draagt dikwijls een honingmerk of is opvallend gekleurd. Dit kroonblad is het uithangbord van de bloem voor insectenbezoek. De nectar zit onder in de bloem. Daarom kunnen alleen insecten met een lange tong, zoals hommels bij de nectar komen. Insecten met een te korte tong bijten soms onderin de bloemkroon een gaatje om zo bij de nectar te kunnen komen. Bijna alle bloemen van de Papilionoideae zijn afhankelijk van insectenbezoek en zijn daar speciaal op ingericht. Enige van onze belangrijkste peulvruchten zoals bonen en erwten zijn echter zelfbestuivers. De tuinboon is zowel zelfbestuivend als kruisbestuivend. Voor de bestuiving kunnen bij de Papilionoideae vier verschillende methoden worden onderscheiden:
- De springveer methode. De zwaarden en de kiel vormen een verende zitplaats voor de bestuivende insecten. Komt een insect op de bloem dan kunnen stijl en meeldraden plotseling tevoorschijn springen en zo het stuifmeel over het insect strooien. Tegelijkertijd raakt de stempel daarbij het lichaam van de hommel of bij aan om zo bestoven te worden.
- De pomp methode. Hierbij wordt het stuifmeel steeds met kleine beetjes tegelijk uit de top van de kiel gespoten. Het insect wordt bij deze methode als deze op de kiel gaat zitten vanonder met stuifmeel bedekt.
- De klapstoel methode. Zodra het insect op de bloem gaat zitten veert de kiel naar beneden en komen de stempel en de meeldraden te voorschijn. Bij het verlaten van de bloem veren ze weer terug.
- De stijlborstel methode. Een schuifje onder de stempel veegt het stuifmeel uit de kiel en strijkt het op het insect af.

Verspreiding

Vele soorten slingeren bij het openspringen van de peulen de zaden weg.

Stikstofbinding

hommelsDe meeste soorten van de Fabaceae leven in symbiose met stikstofbindende bacteriën (Rhizobium sp.). Deze bacteriën kunnen stikstof uit de lucht binden, dat de plant vervolgens voor de groei kan gebruiken. De plant maakt door fotosynthese in de bladeren suikers aan, waarvan de bacterie leeft.

Geslachten

Tot deze familie behoren de volgende geslachten met artikelen in de Wikipedia:
- Geslacht: Acacia (Acacia)
- Geslacht: Anthyllis
  - Soort: Wondklaver (Anthyllis vulneraria)
- Geslacht Arachis
  - Soort: Pinda (Arachis hypogaea)
- Geslacht Aspalathus
  - Soort Rooibos (Aspalathus linearis)
- Geslacht: Boon (Phaseolus)
  - Soort: Pronkboon (Phaseolus coccineus)
  - Soort: Sperzieboon (Phaseolus vulgaris)
- Geslacht: Caesalpinia (Caesalpinia)
  - Soort: Dividivi (Caesalpinia coriaria)
- Geslacht Ceratonia
  - Soort Johannesbroodboom (Ceratonia siliqua)
- Geslacht: Cercis
  - Soort: Judasboom (Cercis siliquastrum)
- Geslacht: Cytisus
  - Soort: Gewone brem (Cytisus scoparius)
- Geslacht: Erwt (Pisum)
  - Soort: Erwt (Pisum sativum)
  - Soort: Kapucijner (Pisum sativum)
- Geslacht: Glycine
  - Soort: Sojaboon (Glycine max)
- Geslacht: Hippocrepis
  - Soort: Paardenhoefklaver (Hippocrepis comosa)
- Geslacht: Honingboom (Sophora)
  - Soort: Honingboom (Sophora japonica)
- Geslacht: Honingklaver (Melilotus)
  - Soort: Citroengele honingklaver (Melilotus officinalis)
  - Soort: Witte honingklaver (Melilotus albus)
- Geslacht: Klaver (Trifolium)
  - Soort: Bochtige klaver (Trifolium medium)
  - Soort: Kleine klaver (Trifolium dubium)
  - Soort: Rode klaver (Trifolium pratense)
  - Soort: Witte klaver (Trifolium repens)
- Geslacht: Laburnum
  - Soort: Goudenregen (Laburnum anagyroides)
- Geslacht: Lathyrus (Lathyrus)
  - Soort: Veldlathyrus (Lathyrus pratensis)
- Geslacht: Lupine (Lupinus)
- Geslacht: Onobrychis
  - Soort: Esparcette (Onobrychis viciifolia)
- Geslacht: Rolklaver (Lotus (geslacht))
  - Soort: Gewone rolklaver ((Lotus corniculatus)
- Geslacht: Robinia
  - Soort: Robinia (Robinia pseudoacacia)
- Geslacht: Rupsklaver (Medicago)
  - Soort: Gevlekte rupsklaver (Medicago arabica)
  - Soort: Luzerne (Medicago sativa)
  - Soort: Hopklaver (Medicago lupulina)
- Geslacht: Spartium
  - Soort: Bezemstruik (Spartium junceum)
- Geslacht: Stalkruid (Ononis)
  - Soort: Kattendoorn (Ononis repens subsp. spinosa)
  - Soort: Kruipend stalkruid (Ononis repens)
- Geslacht: Ulex
  - Soort: Gaspeldoorn (Ulex europaeus)
- Geslacht: Wikke (Vicia)
  - Soort: Heggenwikke (Vicia sepium)
  - Soort: Heidewikke (Vicia orobus)
  - Soort: Tuinboon (Vicia faba)
  - Soort: Ringelwikke (Vicia hirsuta)
  - Soort: Voederwikke (Vicia sativa)
  - Soort: Vogelwikke (Vicia cracca) In Nederland komen ook nog de volgende geslachten voor:
- Geslacht: Blazenstruik (Colutea)
- Geslacht: Cicer
- Geslacht: Heidebrem (Genista)
- Geslacht: Hokjespeul (Astragalus)
- Geslacht: Hoornklaver (Trigonella)
- Geslacht: Lens
- Geslacht: Securigera
- Geslacht: Tetragonolobus
- Geslacht: Vogelpootje (Ornithopus) Overige belangrijke geslachten:
- Argyrolobium
- Aspalanthus
- Bauhinia
- Calliandra
- Cassia
- Chamaechrista
- Crotalaria
- Desmodium
- Erythrina
- Gastrolobium
- Indigofera
- Inga
- Mimosa
- Mirbelia
- Oxytropis
- Pithecellobium
- Pultenaea
- Senna
- Swartzia
- Vigna
- Wisteria Categorie:Fabales Categorie:Lijsten van voedsel Categorie:Papilionoideae Categorie:Plantenfamilie ja:マメ科

Bloem (biologie)

De bloem brengt de voortplantingsorganen bij elkaar van een plant, of precieser: bloemen zijn kenmerkend voor planten die tot de stam Angiospermae of Magnoliophyta (bedektzadigen of bloemdragende planten) behoren. Deze plantengroep omvat zeer uiteenlopende planten, van het nederige straatgras tot de omhoogrijzende paardenkastanje. Bloemen kunnen allerlei vormen en kleuren vertonen en zijn om die reden al sinds mensenheugenis geliefd als decoratie in huis en tuin. Bloemen vormen echter ook een belangrijk middel om plantensoorten te herkennen.

Algemene opbouw

paardenkastanje De bloem is eigenlijk een scheut opgebouwd uit een stengelstuk met bladeren. De leden van het stengelstuk groeien niet uit en vormen de bloembodem. De bloembodem is dus een niet gestrekt stengelstuk. Bij de aardbei is de bloembodem vlezig en vormt de uiteindelijke vrucht, eigenlijk een schijnvrucht. In een bloemknop zijn de onderdelen op dezelfde wijze aangelegd als in een bladknop. De bloemdelen staan in kransen, die op de bloembodem zijn ingeplant. De bloemdelen kunnen gewoon of spiraalsgewijs ingeplant staan. De volgende bloemdelen kunnen worden onderscheiden: ; De kelk : De buitenste krans. De kelk is meestal groen. ; De kroon : De volgende krans(en). De kroon heeft meestal een andere kleur dan de kelk. ; De meeldraden : Binnen de kroon staan één of meer kransen van meeldraden, elk bestaand uit helmdraad en helmhokjes. ; De stampers : De binnenste krans heeft één of meer stampers die het vruchtbeginsel bevatten. De kelkbladen en de kroonbladen worden samen de "bloembekleedselen", of ook wel het "bloemdek", genoemd. Het volgende schema laat zien hoe de bloem is opgebouwd uit de bloemdelen. Niet alle onderdelen zijn bij elke bloem aanwezig. Sommige bloemen hebben geen kelkbladen of geen bloembladen (Noorse esdoorn), of zelfs in het geheel geen kelk- of bloembladen (bijvoorbeeld wilgekatjes. Ook kunnen de bloembladen ontbreken, maar zijn er wel gekleurde kelkbladen, zoals bij de kievitsbloem en de bosanemoon. Soms is een bijkelk (epicalyx), een krans van kelkachtige blaadjes, aanwezig, die echter niet tot de kelk behoren. Een voorbeeld hiervan is de bijkelk van Muskuskaasjeskruid, die bestaat uit drie lijn- tot lancetvormige blaadjes. Een bloem, die òf stampers òf meeldraden (maar niet beide) heeft, is een éénslachtige bloem. Een bloem met alleen één of meer stampers is een vrouwelijk bloem; een bloem met alleen meeldraden is een mannelijke bloem. Bij windbestuivers zijn de bloemen vaak éénslachtig. Een tweeslachtige bloem heeft zowel stampers als meeldraden. Om de bouw van een bepaalde soort bloem op een beknopte wijze weer te geven wordt de bloemformule gebruikt aangevuld met het bloemdiagram.

De kroon

Een kroonblad (bloemblad) bestaat uit de nagel (het smalle onderste gedeelte), de plaat (het brede, platte bovenste gedeelte) en soms een spoor (cilindervormige uitzakking van het kroonblad, meestal met nectar). De kroon kan voorzien zijn van een honingmerk, waardoor bijen en dergelijke worden aangelokt. Bloemen kunnen enkelbloemig, halfgevuld en gevuld zijn. Als er twee kransen van bloembladen zijn, wordt van halfgevuld gesproken. Zijn er meer dan twee kransen van bloembladen dan wordt van gevuldbloemig gesproken. De pioenroos is een voorbeeld van extreem gevulde bloemen. De roos, als snijbloem, is ook een duidelijk voorbeeld van een gevuldbloemige. Er zijn ook enkelbloemige variëteiten van de roos, die wel in tuinen worden aangeplant. Er is ook een oud enkelbloemig ras 'Sepharin Drouin' dat heerlijk geurt en stekelloos is. De hondsroos is een enkelbloemige wilde roos.

Meeldraden

Voor meer informatie over meeldraden, zie meeldraad. De meeldraden kunnen op diverse manieren opgesteld staan:
- epipetaal (meeldraden tegenover kelkbladen),
- episepaal (meeldraden tegenover kroonbladen),
- obdiplostemoon (binnenste krans van meeldraden tegenover kroonbladen en buitenste tegenover kelkbladen) of
- diplostemoon (binnenste krans van meeldraden tegenover kelkbladen en buitenste tegenover kroonbladen) ingeplant zijn. De volgorde van rijping van de meeldraden kan
- centripetaal (van de buitenste naar de binnenste) of
- centrifugaal (van de binnenste naar de buitenste) zijn.

Stampers

De binnenste krans heeft één of meer stampers opgebouwd uit één of meer vruchtbladen (carpel) en vormt het vruchtbeginsel (gynoecium). Ook kunnen er één of meer honingklieren (nectarium) aanwezig zijn. Op de foto van de kievitsbloem (Fritillaria meleagris), boven, zijn twee bloembladen en een meeldraad verwijderd om een beter zicht te krijgen op de bloemonderdelen.

Bloeiwijzen

Bloemen groeien vaak samen in een bloeiwijze, bijvoorbeeld in een aar (bloeiwijze), zoals bij granen, of in een scherm, zoals bij fluitekruid. Soms zitten de bloemen zo dicht op elkaar, dat het lijkt alsof ze samen één bloem vormen. Dat is het geval bij samengesteldbloemigen, zoals de paardenbloem en de zonnebloem. Die bloeiwijze wordt gedetailleerd beschreven in het artikel over composieten.

Bestuiving en bevruchting

composieten Bestuiving en bevruchting worden vaak door elkaar gehaald. Bestuiving kan leiden tot bevruchting maar dat hoeft niet. Na bestuiving moeten de spermacellen uit de stuifmeelkorrel via de stuifmeelbuis naar de eicel gebracht worden en moeten ze met elkaar versmelten. In de lucht zitten zeer veel verschillende stuifmeelkorrels en alleen een specifieke combinatie van stuifmeelkorrel en stempel geeft bevruchting. Dit voorkomt bij kruisbevruchters kruisbevruchting tussen soorten of nauw-verwante planten, zodat deze soort-echt blijven. Er zijn verschillende barrières tegen kruisbevruchting tussen soorten. Deze kunnen door de bouw van de bloem komen, maar er zijn ook genetische barrières. Deze kunnen sporofytisch of gametofytisch van aard zijn. Gametofytisch: de reactie van het stuifmeel hangt af van het genotype van de haploïde kernen van het stuifmeel en het genotype van de moeder, waardoor de stuifmeelbuis al of niet kan uitgroeien. Sporofytisch: de reactie van het stuifmeel hangt niet af van het genotype van de haploïde kernen van het stuifmeel maar van het genotype van de vader en het genotype van de moeder. Eenslachtige bloemen aan aparte vrouwelijke en mannelijke planten geeft doorgaans een zeer goede bescherming. stuifmeelkorrel Ook tweeslachtige bloemen kunnen kruisbevruchting tegen gaan, doordat het stuifmeel en de stamper niet tegelijk rijp zijn, zoals bij Geranium macrorhizum of doordat de helmhokjes van de meeldraden ver van de stamper verwijderd zijn. Plantensoorten die afhankelijk zijn van bestuiving door insecten of dieren hebben hun bloemen daarop aangepast door felle kleuren, nectarproductie en/of sterk geuren. Bij bestuiving door insecten is vaak sprake van een speciale bloemvorm, waardoor bezoekende insecten gemakkelijk met stuifmeel in aanraking komen. Ook hebben bloemen soms een ingewikkelde bouw waardoor alleen een specifiek insect de bloem kan bestuiven, of lijken de bloemen op het betreffende insect waardoor het insect wil paren en zo de bloem bestuift. Als voorbeeld van bestuiving door dieren is de kolibrie zeer bekend. Door de speciale bouw kan de kolibrie in de lucht stil blijven hangen. kolibrie Op de foto de mannelijke bloeiwijze van de hazelnoot. Door de langwerpige, open vorm van de bloeiwijze wordt het stuifmeel makkelijk door de wind meegenomen.

Bloemvorm

In de achttiende eeuw plaatste Linnaeus bloemen in een schema, op basis van hun reproductie-organen. Dit schema is sinds lang verlaten. Er bestaan nu verschillende soorten indelingen. Zie hiervoor Plantae. De kroon kan regelmatig (eendagsbloem) of onregelmatig (Zingiber) zijn. Zijn beide helften bij een onregelmatige kroon gelijk dan wordt er van een zygomorfe kroon (Zingiber, erwt) gesproken. De kroonbladen kunnen vrij of vergroeid zijn. Vergroeide kroonbladen kunnen trechtervormig (aardappel), radvormig (Phlox), klokvormig (haagwinde), kroesvormig (dopheide), buisvormig tabak), tweelippig (witte dovenetel) of lintvormig (composietenfamilie) zijn. Ook kunnen de kelk- en kroonbladen (wilgekatjes) of alleen de kroonbladen (iep) ontbreken.

Bijzondere vormen

Een cephalium of bloemhoofd, wordt gevonden op de top van cactussen van het geslacht Melocactus. In dit bloemhoofd komen de echte bloemen en later de vruchten voor. Het bloemhoofd wordt in de loop van de tijd steeds groter.

Bloemkleur

Een hele reeks van kleurpigmenten zorgt voor de verschillende bloemkleuren. De meeste zijn anthocyanen, maar de fel gele kleuren zijn meestal flavonen. Ook komen carotenoïde pigmenten voor. Het menselijk oog ziet echter andere kleuren dan een insecten oog. Insecten, met name bijen, zien kleuren die het menselijk oog alleen onder ultraviolet licht kunnen zien. Zo zijn honingmerken voor het menselijk oog niet altijd zichtbaar, maar wel onder een UV-lamp.

Bloem bewegingen

Open en dichtgaan

Sommige bloemen gaan dicht als het donker wordt. Niet alle bloemen hebben het vermogen om open en dicht te gaan. De zonnebloem eenmaal open kan zich niet meer sluiten terwijl de paardenbloem, ook een composiet, dit wel kan. De zonnebloem heeft wel de mogelijkheid om de bloem naar beneden te laten hangen en zo de bloempjes en later de ontwikkelende zaden tegen regen te beschermen. Bloemen die dit vermogen wel hebben openen zich s'ochtends na het opkomen van de zon en sluiten s'avonds. Ook bij regenachtig weer zijn deze bloemen veelal gesloten. Aan de onderkant van de kelk en bloembladen, bij de aanhechting op de bloembodem, zit een zogenaamd scharnier dat deze bewegingen mogelijk maakt.

Meedraaien met de zon

Veel bloemen hebben het vermogen om met de zon mee te draaien, zodat het hart van de bloem altijd op de zon gericht is. 's Nachts draait de bloem dan terug. De zonnebloem is hier een goed voorbeeld van.

Bloemaantasting

paardenbloem Een bloem kan evenals een blad aangetast worden door ziekten en plagen.
- Er zijn schimmels, zoals Botrytis (grauwe schimmel), die de bloemknop en kroonbladen kunnen aantasten. De schimmel die vruchtrot bij aardbei veroorzaakt, dringt tijdens de bloei de verdikte bloembodem al binnen, maar geeft pas later bij de vruchtvorming vruchtrot.
- Insecten, zoals rupsen vreten aan de bloemknop, maar ook zijn er insecten die het voedsel opzuigen, zoals thrips.
- Virussen kunnen worden overgebracht door aanraking van de bloem of via zuigende insecten. Een virus vermeerdert zich in de plant, hetgeen verkleuringen van de kroonbladen tot gevolg heeft. Bij de tulp geeft dit gestreepte bloemen. De beruchte tulpomanie was gebaseerd op viruszieke bloembollen.

Zie ook


- Foto's van bloemen

Externe link


- http://www.trq.nl/school/B16.php Categorie:Plantenmorfologie ja:花 ko:꽃 simple:Flower th:ดอกไม้ zh-min-nan:Hoe

Tros (bloeiwijze)

Een tros (racemus) is een bloeiwijze met spiraalsgewijs geplaatste, alleenstaande, gesteelde bloemen langs de bloemspil. Soorten:
- ijl: als de bloemen ver van elkaar staan.
- eenzijdig: als alle bloemsteeltjes aan dezelfde zijde van de spil staan.
- schermvormig: als de bloemstelen dicht op elkaar zitten en de onderste zo lang zijn, dat alle bloemen bijna in een vlak liggen.
- hoofdjesachtig, zoals bij klaver en Grote kaardenbol. Een tros groeit aan het uiteinde door waardoor er meestal geen eindbloem is en de jongste bloemen aan het uiteinde van de tros zitten. Afbeelding:Prunus-serotina_trossen.jpg|Tros van de Vogelkers Afbeelding:Circaea lutetiana01.jpg|IJle tros van Groot heksenkruid Afbeelding:Achillea millefolium bloem.jpg|Schermvormige tros van Gewoon duizendblad Image:Trifolium arvense 2005.07.11 09.23.43.jpg|hoofdjesachtige tros van het hazenpootje Categorie:Plantenmorfologie

Peul (vrucht)

Een peul is een droge, meerzadige vrucht, die bestaat uit 1 vruchtblad. De rijpe peul gaat aan de beide zijden open. Peulen komen voor bij de soorten van de vlinderbloemenfamilie, zoals boon, erwt en tuinboon. De peulvruchten genoten bij de Romeinen een bijzondere status. Zo vernoemde de Romeinse familie Cicero zich naar de kikkererwt (cicer). De vooraanstaande families Fabius en Lentulus ontleenden hun naam aan respectievelijk de tuinboon (faba) en de linze (lens) . Categorie:plantenmorfologie zh-min-nan:Giap-kó

Listing of noted agnostics

The people in this list have been included because they are or were agnostics, that is, they believe that the truth value of any claim regarding the existence of God, gods, or deities is unknown, inherently unknowable, or incoherent; and they have themselves expressed it openly (on the record), or in their works, personal correspondence, diaries, etc. Presumed agnostics are not included here. Given the different possible qualifications and uses through time of "agnostic" and other words relating to doubt, unbelief, or uncertainty about the existence of God or gods, labels other than "agnostic" (such as skeptic, atheist or nontheist) might also apply to some of these people, but the list attempts to be inclusive on this matter. The reader should consult the relevant biographical articles for details. The list includes agnostics who are or were notable defenders of agnosticism, or who advocated views that could accurately be described as "agnostic." In short, these people are or were important for other agnostics, since they contribute(d) to the popularization, understanding, and acceptance of agnosticism in society, either through their works or through their deeds. The list also includes famous people who just happen/happened to be agnostics, and whose agnosticism is/was relevant in their life, but who do not/did not actively advocate the position. :There might not be a consensus on whether a given person belongs on this list, since obviously there is no way of listing all famous people who just happen to be agnostics (there is no point, either). Many of these profess their agnosticism as just a peripheral issue in their lives, or simply keep quiet about it, and they will not be listed here.
- Clarence Darrow, (1857-1938), American lawyer, who defended John T. Scopes' right to teach Darwin's theory of evolution in the famous Tennessee "Monkey Trial."
- Charles Darwin, (1809-1882), founder of the theory of evolution by natural selection, once described himself as being generally agnostic, though he was a member of the Anglican church and attended Unitarian services.
- Émile Durkheim (1858-1917), French sociologist, who had a Jewish confirmation at thirteen, was briefly interested in Catholicism after a mystical experience, but later became an agnostic.
- Heinz Fischer, (b. 1938), President of Austria
- Thomas Henry Huxley, (1825-1895), coiner of the term agnosticism
- Robert Ingersoll, (1833 - 1899), American political leader and orator, and known as "The Great Agnostic," said that "It seems to me that the man who knows the limitations of the mind, who gives the proper value to human testimony, is necessarily an Agnostic."
- Protagoras, (d.420 BCE), Greek Sophist and first major Humanist, who wrote that the existence of the gods was unknowable.
- Andy Rooney, (b. 1919), broadcast personality, who had specified that he was an agnostic and not an atheist , but has also called himself an atheist.
- Bertrand Russell, (1872-1970), Welsh philosopher and mathematician, who considered himself a philosophical agnostic, but said that the label "atheist" conveyed a more accurate impression to "the ordinary man in the street."
- Carl Sagan, (1934-1996), astronomer and skeptic
- Charles Templeton, (1915-2001) former evangelist, author of A Farewell to God
- Mark Twain has received many labels including agnostic and deist. Many quotations from Twain suggest a sincere belief in a deity, while expressing brutal skepticism and irreverence toward conventional religion's claims to know God's nature.
- Robert Anton Wilson. (b. 1932), author, futurologist, cryptocracy historian
- Lee Kuan Yew, Singapore Minister Mentor

See also


- List of atheists
- List of people by belief

External links


- [http://www.celebatheists.com/w/index.php?title=Category:Agnostic Famous Agnostics] at [http://www.celebatheists.com/w/index.php?title=Main_Page The Celebrity Atheist List].
- [http://www.infidelguy.com/modules.php?name=Black_Freethinkers Famous black freethinkers]
- [http://www.visi.com/~markg/atheists.html Famous Dead Nontheists]

Notes and references

# Darwin wrote: "my judgment often fluctuates...In my most extreme fluctuations I have never been an Atheist in the sense of denying the existence of a God. I think that generally (and more and more as I grow older), but not always, that an Agnostic would be the more correct description of my state of mind." [http://pages.britishlibrary.net/charles.darwin/texts/letters/letters1_08.html The Life and Letters of Charles Darwin], Ch. VIII, p. 274. New York, D. Appleton & Co., 1905. See Charles Darwin's views on religion # On Durkheim, Larry R. Ridener, referencing a book by Lewis A. Coser, wrote: "Shortly after his traditional Jewish confirmation at the age of thirteen, Durkheim, under the influence of a Catholic woman teacher, had a shortlived mystical experience that led to an interest in Catholicism. But soon afterwards he turned away from all religious involvement, though emphatically not from interest in religious phenomena, and became an agnostic." See [http://www2.pfeiffer.edu/~lridener/DSS/Durkheim/DURKPER.HTML Ridener's page on famous dead sociologists]. See also Coser's book: Masters of Sociological Thought: Ideas in Historical and Social Context, 2nd Ed., Fort Worth: Harcourt Brace Jovanovich, Inc., 1977: 143-144 # [http://www.infidels.org/library/historical/robert_ingersoll/why_am_i_agnostic.html Why Am I Agnostic?], Robert Green Ingersoll, 1889. See also [http://www.infidels.org/library/historical/robert_ingersoll/ Ingersoll's complete works], which includes many speeches and writings on religion and agnosticism. # Only fragments of Protagoras' treatise On the Gods survive, but it opens with the sentence: "Concerning the gods, I have no means of knowing whether they exist or not or of what sort they may be. Many things prevent knowledge including the obscurity of the subject and the brevity of human life." # Rooney wrote: "I call myself an agnostic, not an atheist, because in one sense atheists are like Christians or Muslims. They’re sure of themselves. A Christian says with certainty, there is a god; an atheist says with certainty, there is no god. Neither knows" Sincerely, Andy Rooney (2001), Public Affairs ISBN 1586480456 # Rooney said: "Why am I an atheist? I ask you: Why is anybody not an atheist? Everyone starts out being an atheist. No one is born with belief in anything. Infants are atheists until they are indoctrinated. I resent anyone pushing their religion on me. I don't push my atheism on anybody else. Live and let live. Not many people practice that when it comes to religion." Boston Globe, Title: CONVERSATIONS / BY MARIAN CHRISTY\ ROONEY: WE MAKE OUR OWN DESTINY' Date: May 30, 1982 (also from Newsbank) # Rooney said: "I am an atheist... I don't understand religion at all. I'm sure I'll offend a lot of people by saying this, but I think it's all nonsense." From a [http://www.tuftsdaily.com/vnews/display.v/ART/2004/11/19/419d9928aafe0 speech at Tufts University, Nov. 18, 2004]. # Russell said: "As a philosopher, if I were speaking to a purely philosophic audience I should say that I ought to describe myself as an Agnostic, because I do not think that there is a conclusive argument by which one prove that there is not a God. On the other hand, if I am to convey the right impression to the ordinary man in the street I think I ought to say that I am an Atheist... None of us would seriously consider the possibility that all the gods of Homer really exist, and yet if you were to set to work to give a logical demonstration that Zeus, Hera, Poseidon, and the rest of them did not exist you would find it an awful job. You could not get such proof. Therefore, in regard to the Olympic gods, speaking to a purely philosophical audience, I would say that I am an Agnostic. But speaking popularly, I think that all of us would say in regard to those gods that we were Atheists. In regard to the Christian God, I should, I think, take exactly the same line." [http://www.luminary.us/russell/atheist_agnostic.html Am I an Agnostic or an Atheist?], from Last Philosophical Testament 1943-1968, (1997) Routledge ISBN 0415094097. Russell was chosen by Look magazine to speak for agnostics in their well-known series explaining the religions of the U.S., and authored the essay "What Is An Agnostic?" which appeared November 3, 1953 in that magazine. # "In one of our walks about Hartford, when he was in the first fine flush of his agnosticism, he declared that Christianity had done nothing to improve morals and conditions..." Dean Howells, My Mark Twain [http://www.gutenberg.org/files/3390/3390.txt]. # "[Dean Howells and Mark Twain] had much in common. They were agnostic but compassionate of the plight of man in an indifferent world..." Darrel Abel (2002), Classic Authors of the Gilded Age, iUniverse, ISBN 0595234976 # "At the most, Mark Twain was a mild agnostic, usually he seems to have been an amused Deist. Yet, at this late date his own daughter has refused to allow his comments on religion to be published." Kenneth Rexroth, "Humor in a Tough Age;" The Nation, March 7, 1959. [http://www.bopsecrets.org/rexroth/essays/twain.htm] # E.g. "To trust the God of the Bible is to trust an irascible, vindictive, fierce, and ever fickle and changeful master; to trust the true God is to trust a being who has uttered no promises, but whose beneficent, exact, and changeless ordering of the machinery of His colossal universe is proof that He is at least steadfast to HIs purposes." Mark Twain, a Biography, v. I, p. 412. "[Man] even believes the Creator loves him; has a passion for him; sits up nights to admire him; yes and watch over him and keep him out of trouble. He prays to him and thinks He listens. Isn't it a quaint idea?" Mark Twain, Letters from the Earth,, p. 7. ed. Bernard DeVoto (1962), Harper and Row, Library of Congress catalog #62-14550. Toward the end of his life he expressed anger toward God, describing Man as "an April-fool joke, played by a malicious urchin Creator," and solipsistic nihilism: "There is nothing. There is no God and no universe, there is only empty space, and in it a lost and homeless and wandering and companionless and indestructible Thought." [http://unquietmind.com/sloan4.html] # Regarding Carl Sagan: "Unbeliever's Quest" by Jerry Adler, in Newsweek, March 31, 1997. Category:Agnostics

online spielautomaten penisy Hotel Genoa mBank Strona Informacyjna Saint Tropez hotels










































:: RELATED NEWS ::
Étriac
Étriac è un comune francese di 175 abitanti situato nel dipartimento della Charente nella regione di Poitou-Charentes. Etriac Etriac
La Faye (Charente)
La Faye è un comune francese di 539 abitanti situato nel dipartimento della Charente nella regione di Poitou-Charentes. Faye Faye

La Forêt-de-Tessé
La Forêt-de-Tessé è un comune francese di 212 abitanti situato nel dipartimento della Charente nella regione di Poitou-Charentes. Foret-de-Tesse Read More...
Les Gours
Les Gours è un comune francese di 142 abitanti situato nel dipartimento della Charente nella regione di Poitou-Charentes. Gours Gours
Le Grand-Madieu
Le Grand-Madieu è un comune francese di 170 abitanti situato nel dipartimento della Charente nella regione di Poitou-Charentes. Grand-Madieu Gran
Graves-Saint-Amant
Graves-Saint-Amant è un comune francese di 111 abitanti situato nel dipartimento della Charente nella regione di Poitou-Charentes. Graves Graves
L'Isle-d'Espagnac
L'Isle-d'Espagnac è un comune francese di 4.795 abitanti situato nel dipartimento della Charente nella regione di Poitou-Charentes. Isle-d'Espagnac Read More...
Le Lindois
Le Lindois è un comune francese di 311 abitanti situato nel dipartimento della Charente nella regione di Poitou-Charentes. Lindois Lindois
All Rights Reserved 2005 wikimiki.org